Het was even omschakelen toen ik “Vinyl” keek. Ik verwachte een docu te gaan zien over platenverzamelaars die vol vuur en passie gingen vertellen over de magie van het zwarte goud. Over het warme geluid, de charme van een krasje, de al dan niet uitklapbare hoes, het vinden van een zeldzame plaat, de koopjes en de collectors, het samenstellen van een mooie verzameling. Filmmaker Alan Zweig voert ons echter resoluut mee naar de psyche van een platenverzamelaar. Niets geen romantischnostalgisch gebabbel over plastic schijven. Nee, Zweig geeft ons een inzicht in de grijze massa van de dwangmatige verzamelaar (voor zover dat geen pleonasme is). Hij levert een film af die goed beschouwd maar zijdelings over vinyl gaat, maar die desondanks toch boeit.
Mij wel. Dat komt omdat Zweig’s film dicht bij me komt. Pijnlijk dicht soms. De verhalen van de notoire verzamelaars die deze vijftiger ergens rond 2000 voor de camera haalt, maar niet in het minst ook z’n eigen verhaal; het is een feest der herkenning. Waarbij ‘feest’ wellicht niet het goede woord is. Aan de oppervlakte lijkt er niets aan de hand. De diverse muziekfreaks beleven zonder uitzondering een hoop lol aan hun hobby. Als je wel eens op platenjacht gaat ken je die lol. De belofte die een onbekende winkel in zich draagt, de kick van het vinden van een juweeltje, en het thuis lekker genieten van de muziek. Zo simpel zou het moeten zijn. Maar het ligt anders voor een platenverzamelaar. Voor een echte, die-heart record-collector is de jacht belangrijker dan de vangst. Daar zit de spanning, dat laat het hartje tikken. De volle tas staat nog niet voor de stereo of het begint alweer te kriebelen. Plannen voor een volgende jacht worden gemaakt terwijl het vinyl een plichtmatig luisterbeurtje krijgt. Een plaat wordt een hebbeding, niet iets waar je de naald op legt om ongedwongen van de muziek die uit de groeven komt te genieten.
Het scoren, de kick, de onrust: het is duidelijk dat het hier gaat om verslavingsgedrag. Met een directe manier van interviewen haalt Zweig al gravend die minder fijne kant naar boven bij z’n gesprekspartners. Ontkennen -typerend verslavingsgedrag- helpt niet. “Het gaat niet om het verzamelen, het gaat om de muziek”... Het zijn uitspraken waar Zweig keihard doorheen prikt. Twee zinnen verder somt de man met het Sun-shirt al alle overeenkomsten met het gebruik van middelen op. Ja, het kost ook veel geld, en heel veel tijd. Ja, ook dwangmatig gedrag en escapisme spelen een rol. En de muziek reguleert de emoties; je weet wat er komt als je Iggy Pop opzet. Uit vaste patronen haalt de verzamelaar/de verslaafde zekerheid en bescherming. “It really is a rush”...
Zweig doorziet de mannen voor z’n handycam omdat hij zelf een vinylverzamelaarsverslaving heeft. Hij is deskundig vanuit ervaring. Z’n eigen verhaal is de rode draad in “Vinyl”. Bij een verslaving horen onderliggende thema’s. Centraal staat bij Zweig het gemis en de hunkering naar een relatie, naar liefde. Zo neemt hij bijvoorbeeld tientallen tapes op voor een toekomstige vriendin. De ruimte ontbreekt hier om dat complexe verhaal uit te diepen, maar het is fascinerend om te zien hoe hij z’n film gebruikt voor een soort zelftherapie. Hij stelt zich breekbaar op en draait er niet omheen. Dat hij platen weggeeft is een ander teken dat hij werkt aan het loskomen van z’n verslaving. Hij is bezig om uit een isolement te komen en gebruikt de docu daarvoor. De vorm van filmen is goed gekozen: Zweig laat z’n gedachten de vrije loop door in een spiegeltje te kijken en dit te filmen. 
Een spiegel kan “Vinyl” zijn voor iedereen die grenzeloos muziek naar huis sleept, of voor een ieder die op een andere manier dwangmatig gedrag heeft. Laat ik het zo stellen: ik kon er wel wat mee... Dat “Vinyl” al met al zeker geen taaie brok geworden is komt dan wel weer door de vele kleurrijke vinylfreaks (de meeste zijn net als Zweig mannen en ‘loners’) en hun verhalen. De chaos in woonkamers, de zoektochten in ultra-niches, en niet te vergeten de man die alle nummers ter wereld spaart: held!
Zelf heb ik al een tijd geleden afstand kunnen nemen van een bepaalde mate van verzamelwoede. Toen ik ooit noodgedwongen vinyl moest verkopen voelde dat tegelijk als een bevrijding. De liefde voor muziek is gebleven.
Er zijn hele volksstammen die een volstrekt normaal leven leiden met een verslaving. Maar wellicht is het ook voor jou tijd om “even om te schakelen” als het om vinyl gaat?
www.ijamecono.wordpress.com