All Tomorrow's Parties

All Tomorrow's Parties
Date: vrijdag, 22 juni, 2012 - 16:29 | Category: bÜhnenleben | Scribent: Dikkie

Het All Tomorrow's Parties - I'll Be Your Mirror festival werd in het laatste weekend van mei gehouden in de zalen van Alexandra Palace, midden in het wijdse Alexandra Park te Londen. De naam van het festival is een hele mond vol. I'll Be Your Mirror is een zuster-festival van het bekende All Tomorrow's Parties festival. Terwijl ATP haar naam ontleent aan het gelijknamige nummer van The Velvet Underground, is IBYM de titel van de b-kant van de eerste single met dat nummer. Normaal gesproken wordt ATP drie dagen lang ergens in een vakantiepark in Engeland gehouden, waarbij je verblijft in vakantiebungalows. Er is altijd een invloedrijke en bekende underground band, die als curator van het festival optreedt. De curator bepaalt haar favoriete festivalprogramma, waarbij veelal bepalende bands voor de muzikale koers van deze band of favoriete tijdgenoten optreden. Niet zelden wordt er een legende heropgericht voor een reünie tijdens ATP, of speelt een band materiaal van een legendarische plaat (hetgeen tegenwoordig bijna overal een soort van rage lijkt te worden). Vaak betreft het bands, die ook in de rijke concerthistorie van Vera een aardige voetnoot hebben gespeeld. IBYM is sinds twee jaar een gelijksoortig festival in steden over de hele wereld, alleen dan op een lokatie zonder de vakantiebungalows. De curators van de editie van mei 2012 zijn ATP zelf en Mogwai, ook curator van de allereerste ATP in 1999.

In Alexandra Palace heeft de openingsdag een enigszins vreemde programmering. Hoewel er vaak noisy en zware bands in de gevariëerde programmering van het festival staan, is een bijna complete metal-dag toch wel een uitzondering. Hoewel metal, het betreft meer een aantal sludge/doom bands, aangevuld met The Melvins en Slayer. Als je op vrijdag 25 mei vanuit het dichtsbijzijnde treinstation door het park de heuvel op loopt naar de eigenlijke concertlokatie, is het meteen duidelijk, dat het Slayer-dag is. In de brandende zon loopt een ruig uitziende stoet denim-leather-patched-tattoo-weird-hairdo freaks gezellig gezamelijk te zweten. Veruit de meesten dragen ergens de naam van de thrash-legende. Normaal gesproken zwaar opvallend in het straatbeeld, hier allemaal uniformen op een andere planeet. Ook is er een eigen gezamelijke taal, bestaande uit slechts een woord: "Slayeaaargh!!!".

Eenmaal binnen in het complex, dat eind 19e eeuw is gebouwd, vind je twee hoofdlocaties, de West Hall en de Main Hall. De eerste ongeveer zo groot als de Heineken Music Hall, de tweede meer dan twee keer zo groot. Het is al redelijk druk, maar alles is goed bereikbaar en je wandelt zo van zaal naar zaal. Bij binnenkomst in de West Hall is A Storm Of Light ongeveer in het midden van de set. Het zal de enige band zijn, die deze dag tegen zal vallen. Een mengeling van sludge-, gothic/industrial- en Kyuss-riffs, allemaal even fantasieloos of regelrecht gejat. Daarna werkt Yob slechts drie of vier nummers af binnen de drie kwartier, die de band is gegeven en is de sludge/doom toon van de dag gezet. Zware, trage, maar gedreven ritmes, die een enorme massale gitaarmuur de zaal in beuken. Yob weet de massieve riff-muur effectief te mengen met melodieuze bezwerende zang, daardoor boeiend tot de laatste seconde.

Daarna naar de Main Hall, waar The Melvins ineens nog in het daglicht blijken te spelen, dat via het dak en de ramen naar binnen komt. Jammer genoeg is het experiment met de twee drummers een blijvend aspect van de band geworden. Hoe strak ze ook samenspelen, helemaal gelijk is menselijkerwijs niet mogelijk en in de enorme hal worden de doofmakende bassdrums een te groot onderdeel van de totaalsound. Ik zie zelf liever alleen Dale Crover achter de drumkit. Toch blijft het genieten van het unieke Melvins-geluid en is er een waar hoogtepunt, als er midden in de set een fantastische en uitgesponnen versie van Youth Of America van The Wipers wordt gespeeld.


Terug naar de West Hall, waar Wolves In The Throne Room speelt. Even een break tussen de trage bulldozers. Ik heb WITTR eerder in Vera gezien en ben behoorlijk gecharmeerd van de enigszins dromerig waaierende gitaar- en zangpartijen, die worden afgewisseld met hectisch passages met hoge en lage krijszang. Ik ben benieuwd hoe de band klinkt in een grote hal, maar de band is op dreef en de intense sound wordt juist uitvergroot door het massale geluid in de hal.

In de Main Hall hoor ik misschien wel meest immense riffsound ooit. Sludge/stoner pioniers Sleep beginnen en eindigen de set met Dopesmoker en dronen tussendoor de een na de andere rake superzware riff met bulderend geweld de zaal in. Als de bassist tussen de nummers door in de microfoon spreekt, klinkt er de grote inspiratie van de band in door. Stoned als Neil van The Young Ones lispelt hij de woorden langzaam achter elkaar. Maar wat een geweld wordt er opgewekt, als de band weer een nummer inzet. Het is moeilijk uit te leggen, maar de manier waarop Sleep de eenvoudig klinkende riffs eruit braakt is simpel gezegd briljant.

Briljant klinken ook nog steeds de oude mannen van Slayer. Om het 25-jarig jubileum van doorbraakalbum 'Reign In Blood' te vieren, wordt de plaat in zijn geheel live gespeeld. Helaas niet met Jeff Hanneman, die nog steeds moet genezen van de effecten van een spinnebeet een jaar geleden. Hij  wordt nog altijd adequaat vervangen door Exodus-gitarist Gary Holt. Verder is de line-up hetzelfde als  toen de band werd opgericht. Alsof de tijd heeft stilgestaan krijg ik de sound voorgeschoteld van de live plaat 'Decade Of Aggression' uit 1991. Ligt natuurlijk ook aan het feit, dat een groot deel van de set eveneens op die plaat staat. Na een aantal nieuwe nummers en een aantal klassiekers van 'Show No Mercy' en 'Seasons In The Abyss' wordt met luid gejuich de beloofde integrale uitvoering van 'Reign In Blood' onthaald. Wat knalt het aan alle kanten uit de enorme speakers, wat gaan de vingertjes van gitaristen King en Holt onvermoeibaar snel over de hals, wat heeft die Araya eigenlijk een geweldige strot en wat een fantastische drummer is Dave Lombardo. De duizenden Slayer-fans uit alle hoeken van de wereld gaan uit flink uit hun dak en vormen een grote kolkende massa. Een toegift met onder andere 'South Of Heaven' en 'War Ensemble' sluit een uiterst bevredigende eerste festivaldag af.

Op dag twee wordt een raadsel opgelost, dat me sinds dag één had bezig gehouden. Wat gaan namelijk alle metalfans doen tijdens de rest van het programma? Al tijdens het lopen naar de top van de heuvel, waar Alexandra Palace zich bevindt, blijkt het meelopende publiek van een andere orde te zijn. Er lopen nog wel wat metalheads rond, maar die vormen een minderheid in het nu minder extreme alternatieve festivalpubliek. Als we het gebouw zelf binnen komen, is de oplossing meteen gegeven. De Main Hall maakt geen deel meer uit van het festival en het hoofdpodium is nu de relatief kleinere West Hall. De Slayer fans hebben -  heel logisch – een dagkaart gekocht en zijn nu grotendeels afwezig, twee meer reguliere ATP dagen blijven over.

Dag twee lijkt aanvankelijk verder te gaan waar het festival de vorige dag was opgehouden. Floor en Harvey Milk zijn toch twee behoorlijk heavy bands. Ik mis door een te late binnenkomst echter Floor en val in de West Hall binnen bij Harvey Milk en hoor het zwaarste en luidste basgeluid van het festival. Zo luid, dat ik er zelf voor zou passen om gitarist bij de band te worden, je staat er dan een beetje voor joker bij. Dat is jammer, want in de muziek van Harvey Milk lijkt verder genoeg te gebeuren, maar de balans is totaal zoek. Het concert ontaardt zo in een lange bassolo met enige bijgeluiden.

De beurt is dan aan Chavez en komen we voor het eerst bij een meer liedjesgerichte gitaarband. Die liedjes van Chavez zijn wel heel aardig, maar kunnen me toch niet helemaal boeien, ook niet omdat  zanger/gitarist Matt Sweeney er met zijn zang te vaak net naast zit, waar de nummers vragen om meer zuivere vocalen.

Een ander verhaal is Codeine. De band houdt naar aanleiding van dit festival en dus op verzoek van Mogwai een heuse afscheidstournee na 18 jaar afwezigheid. In deze afscheidstournee doet de band een paar dagen later ook Vera aan, een concert waarbij ik eveneens aanwezig zal zijn. Net als bij Wolves In The Throne Room eerder, vergroot de massale sound in de West Hall de intensiteit van de slowcore van Codeine. Minder intiem als later in Vera, maar des te meer overdonderend. En het contrast met de zeer zachte vocalen wordt hierdoor alleen maar groter en werkt bijna hypnotiserend. Een geslaagde en overtuigende terugkeer derhalve.

Mudhoney wist me bij de laatste keer dat ik ze in Vera zag niet te overtuigen, maar hier gaat het behoorlijk tekeer. Hoewel het veelal nummers van latere platen betreft, weet de band met het geluid en de energie van de eerste platen door de set te razen. Daarna is het verder genieten bij The Dirty Three, een Australische band met een bezetting van viool, gitaar en drums. De virtuoze en veelal instrumentale nummers vliegen alle kanten op; folk, rock, klassieke en keltische klanken worden op energieke wijze verenigd in een geheel eigen stijl. In violist Warren Ellis huist een ware cabaretier, als hij tussen de nummers door het publiek vermaakt. Heel verrassend neemt hij af en toe plaats achter een piano en gaat zelfs zingen, zonder de rauwe sfeer van The Dirty Three te doorbreken. Een memorabel concert.

Memorabel is ook afsluiter Mogwai, tevens verantwoordelijk voor de programmering van deze dag. Mogwai trekt in anderhalf uur alle registers open en imponeert met een veelheid aan klanken binnen het eigen Mogwai universum. Op organische wijze worden instrumentale muren van geluid, breekbare liedjes en gebruik van elektronica of zelfs een viool binnen het eigen concept van stiltes en uitbarstingen afgewisseld.

 

Tijdens dag drie is het publiek nog iets 'netter' geworden. Keurig frisse shirts en overhemden lopen nu mee naar boven in de nog steeds brandende zon. Het programma telt ook meer elektronische acts en in de West Hall struikel ik bijna over de mensen, die op de grond liggen tijdens de ambient set van Demdike Stare met enorme videobeelden op de achtergrond. Dat helpt niet om wakker te worden. Dat lukt pas bij Thee O Sees uit San Francisco. Er staat een uiterst vreemde mix van muzikanten op het podium. Een zanger/gitarist, die er in korte broek uit ziet als een schooljongen, een sixties meisje op keyboards, een droogkomische drummer met Simpsons-shirt en een lange magere skinhead vol tattoos op gitaar. Samen maken ze een springerige, psychedelische vorm van garagerock met - vooral door de zang - invloeden van iets als Devo of The B52's. Verrassing van het festival.

Siskiyou uit Canada staat in de Panorama Room, een kleinere zaal opgebouwd in een voormalig plein aan de zijkant van Alexandra Palace. De alt-folk liedjes van de band met een ex-Great Lake Swimmers in de gelederen zijn sfeervol, maar de ambiance van het felle licht van de zon door het partytent-achtige dak van de zaal maakt ongedurig, dus terug naar de donkere West Hall, waar de melodieuze underground rock van The Archers Of Loaf me evenmin weet te bereiken. Heel aardige songs, maar toch net niet bijzonder genoeg.

Terug in de Panorama Room baalt Sleepy Sun-zanger Bret Constantino er zichtbaar van, dat zijn band in deze kleine helverlichte ruimte staat en niet op het grote podium in de West Hall in plaats van Yuck. De band speelt een groot aantal nummers van de laatste plaat 'Spine Hits', waarop zangeres Rachel Fannan, inmiddels uit de band, al niet meer mee doet. Toegegeven, er staan een aantal erg mooie nummers op deze plaat en ook is de psychedelische rock van Sleepy Sun live nog zeer de moeite waard, maar de magie van de samenzang tussen Fannan en  Constantino is helaas verdwenen en dat is toch een groot gemis.


Terug naar de West Hall waar The Make-Up op het podium staat. Een band, die me eigenlijk nooit heeft weten te overtuigen en ik hoor ook meteen waarom. The Make-Up maakt haar nummers niet af. Een repetitief begin, dat zich vervolgens herhaalt en verder nergens heen gaat, dat gaat nooit boeien. Daar helpen geen soul-invloeden meer aan. De hyperactieve  'preacher'-act van frontman Ian Svenonius werkt dan eigenlijk alleen nog maar irritant.

Nog meer soul-invloeden zijn er te vinden in de grunge van headliner Afghan Whigs. Ik ben indertijd sinds de plaat 'Gentlemen' afgehaakt, waarop ik de zang van Greg Dulli al teveel aan de pathetische kant vind. Tijdens dit reünie-concert wordt de band bijgestaan door een extra gitarist en iemand, die afwisselend op piano/keyboards en cello speelt. En ondanks de echt wel goede songs van The Afghan Whigs kan ik weinig met de geboden stadionkitsch en het aanstellerige 'baby baby', dat Dulli te pas en te onpas in de songs stopt. Als hij zelf achter de piano plaats neemt is, anders als eerder bij The Dirty Three, het kitsch-gehalte inmiddels niet meer te harden. Ik ben echter een van de weinigen. Het publiek zingt uit volle borst mee en de aanstekers gaan de lucht in. Kennelijk zijn er veel fans voor The Afghan Whigs in Londen.

Ik zelf zie liever de man, die twee meter verderop naast me in het publiek staat, op het podium. Ook underground rock met soul-invloeden, maar dan geheel anders. Het is namelijk Mick Collins, ooit in The Gories, nu in The Dirtbombs. Ik spreek hem even aan en vertel hem, dat het concert van The Gories van 20 jaar geleden in Vera nog steeds als magisch in mijn geheugen staat gegrift. “Vera? Tell Peter The Dirtbombs are touring again next year!”. “I will, have good night!"

Het All Tomorrow's Parties - I'll Be Your Mirror festival werd in het laatste weekend van mei gehouden in de zalen van Alexandra Palace, midden in het wijdse Alexandra Park te Londen. De naam van het festival is een hele mond vol. I'll Be Your Mirror is een zuster-festival van het bekende All Tomorrow's Parties festival. Terwijl ATP haar naam ontleent aan het gelijknamige nummer van The Velvet Underground, is IBYM de titel van de b-kant van de eerste single met dat nummer. Normaal gesproken wordt ATP drie dagen lang ergens in een vakantiepark in Engeland gehouden, waarbij je verblijft in vakantiebungalows. Er is altijd een invloedrijke en bekende underground band, die als curator van het festival optreedt. De curator bepaalt haar favoriete festivalprogramma, waarbij veelal bepalende bands voor de muzikale koers van deze band of favoriete tijdgenoten optreden. Niet zelden wordt er een legende heropgericht voor een reünie tijdens ATP, of speelt een band materiaal van een legendarische plaat (hetgeen tegenwoordig bijna overal een soort van rage lijkt te worden). Vaak betreft het bands, die ook in de rijke concerthistorie van Vera een aardige voetnoot hebben gespeeld. IBYM is sinds twee jaar een gelijksoortig festival in steden over de hele wereld, alleen dan op een lokatie zonder de vakantiebungalows. De curators van de editie van mei 2012 zijn ATP zelf en Mogwai, ook curator van de allereerste ATP in 1999.

 

In Alexandra Palace heeft de openingsdag een enigszins vreemde programmering. Hoewel er vaak noisy en zware bands in de gevariëerde programmering van het festival staan, is een bijna complete metal-dag toch wel een uitzondering. Hoewel metal, het betreft meer een aantal sludge/doom bands, aangevuld met The Melvins en Slayer. Als je op vrijdag 25 mei vanuit het dichtsbijzijnde treinstation door het park de heuvel op loopt naar de eigenlijke concertlokatie, is het meteen duidelijk, dat het Slayer-dag is. In de brandende zon loopt een ruig uitziende stoet denim-leather-patched-tattoo-weird-hairdo freaks gezellig gezamelijk te zweten. Veruit de meesten dragen ergens de naam van de thrash-legende. Normaal gesproken zwaar opvallend in het straatbeeld, hier allemaal uniformen op een andere planeet. Ook is er een eigen gezamelijke taal, bestaande uit slechts een woord: "Slayeaaargh!!!".

Eenmaal binnen in het complex, dat eind 19e eeuw is gebouwd, vind je twee hoofdlocaties, de West Hall en de Main Hall. De eerste ongeveer zo groot als de Heineken Music Hall, de tweede meer dan twee keer zo groot. Het is al redelijk druk, maar alles is goed bereikbaar en je wandelt zo van zaal naar zaal. Bij binnenkomst in de West Hall is A Storm Of Light ongeveer in het midden van de set. Het zal de enige band zijn, die deze dag tegen zal vallen. Een mengeling van sludge-, gothic/industrial- en Kyuss-riffs, allemaal even fantasieloos of regelrecht gejat. Daarna werkt Yob slechts drie of vier nummers af binnen de drie kwartier, die de band is gegeven en is de sludge/doom toon van de dag gezet. Zware, trage, maar gedreven ritmes, die een enorme massale gitaarmuur de zaal in beuken. Yob weet de massieve riff-muur effectief te mengen met melodiueze bezwerende zang, daardoor boeiend tot de laatste seconde.

Daarna naar de Main Hall, waar The Melvins ineens nog in het daglicht blijken te spelen, dat via het dak en de ramen naar binnen komt. Jammer genoeg is het experiment met de twee drummers een blijvend aspect van de band geworden. Hoe strak ze ook samenspelen, helemaal gelijk is menselijkerwijs niet mogelijk en in de enorme hal worden de doofmakende bassdrums een te groot onderdeel van de totaalsound. Ik zie zelf liever alleen Dale Crover achter de drumkit. Toch blijft het genieten van het unieke Melvins-geluid en is er een waar hoogtepunt, als er midden in de set een fantastische en uitgesponnen versie van Youth Of America van The Wipers wordt gespeeld.

Terug naar de West Hall, waar Wolves In The Throne Room speelt. Even een break tussen de trage bulldozers. Ik heb WITTR eerder in Vera gezien en ben behoorlijk gecharmeerd van de enigszins dromerig waaierende gitaar- en zangpartijen, die worden afgewisseld met hectisch passages met hoge en lage krijszang. Ik ben benieuwd hoe de band klinkt in een grote hal, maar de band is op dreef en de intense sound wordt juist uitvergroot door het massale geluid in de hal.

In de Main Hall hoor ik misschien wel meest immense riffsound ooit. Sludge/stoner pioniers Sleep beginnen en eindigen de set met Dopesmoker en dronen tussendoor de een na de andere rake superzware riff met bulderend geweld de zaal in. Als de bassist tussen de nummers door in de microfoon spreekt, klinkt er de grote inspiratie van de band in door. Stoned als Neil van The Young Ones lispelt hij de woorden langzaam achter elkaar. Maar wat een geweld wordt er opgewekt, als de band weer een nummer inzet. Het is moeilijk uit te leggen, maar de manier waarop Sleep de eenvoudig klinkende riffs eruit braakt is simpel gezegd briljant.

Briljant klinken ook nog steeds de oude mannen van Slayer. Om het 25-jarig jubileum van doorbraakalbum 'Reign In Blood' te vieren, wordt de plaat in zijn geheel live gespeeld. Helaas niet met Jeff Hanneman, die nog steeds moet genezen van de effecten van een spinnebeet een jaar geleden. Hij wordt nog altijd adequaat vervangen door Exodus-gitarist Gary Holt. Verder is de line-up hetzelfde als toen de band werd opgericht. Alsof de tijd heeft stilgestaan krijg ik de sound voorgeschoteld van de live plaat 'Decade Of Aggression' uit 1991. Ligt natuurlijk ook aan het feit, dat een groot deel van de set eveneens op die plaat staat. Na een aantal nieuwe nummers en een aantal klassiekers van 'Show No Mercy' en 'Seasons In The Abyss' wordt met luid gejuich de beloofde integrale uitvoering van 'Reign In Blood' onthaald. Wat knalt het aan alle kanten uit de enorme speakers, wat gaan de vingertjes van gitaristen King en Holt onvermoeibaar snel over de hals, wat heeft die Araya eigenlijk een geweldige strot en wat een fantastische drummer is Dave Lombardo. De duizenden Slayer-fans uit alle hoeken van de wereld gaan uit flink uit hun dak en vormen een grote kolkende massa. Een toegift met onder andere 'South Of Heaven' en 'War Ensemble' sluit een uiterst bevredigende eerste festivaldag af.

 

Op dag twee wordt een raadsel opgelost, dat me sinds dag één had bezig gehouden. Wat gaan namelijk alle metalfans doen tijdens de rest van het programma? Al tijdens het lopen naar de top van de heuvel, waar Alexandra Palace zich bevindt, blijkt het meelopende publiek van een andere orde te zijn. Er lopen nog wel wat metalheads rond, maar die vormen een minderheid in het nu minder extreme alternatieve festivalpubliek. Als we het gebouw zelf binnen komen, is de oplossing meteen gegeven. De Main Hall maakt geen deel meer uit van het festival en het hoofdpodium is nu de relatief kleinere West Hall. De Slayer fans hebben - heel logisch – een dagkaart gekocht en nu zijn grotendeels afwezig, twee meer reguliere ATP dagen blijven over.

Toch lijkt dag twee aanvankelijk verder te gaan waar het festival de vorige dag was opgehouden. Floor en Harvey Milk zijn toch twee behoorlijk heavy bands. Ik mis door een te late binnenkomst echter Floor en val in de West Hall binnen bij Harvey Milk en hoor het zwaarste en luidste basgeluid van het festival. Zo luid, dat ik er zelf voor zou passen om gitarist bij de band te worden, je staat er dan een beetje voor joker bij. Dat is jammer, want in de muziek van Harvey Milk lijkt verder genoeg te gebeuren, maar de balans is totaal zoek. Het concert ontaardt zo in een lange bassolo met enige bijgeluiden.

De beurt is dan aan Chavez en komen we voor het eerst bij een meer liedjesgerichte gitaarband. Die liedjes van Chavez zijn wel heel aardig, maar kunnen me toch niet helemaal boeien, ook niet omdat zanger/gitarist Matt Sweeney er met zijn zang te vaak net naast zit, waar de nummers vragen om meer zuivere vocalen.

Een ander verhaal is Codeine. De band houdt naar aanleiding van dit festival en dus op verzoek van Mogwai een heuse afscheidstournee na 18 jaar afwezigheid. In deze afscheidstournee doet de band een paar dagen later ook Vera aan, een concert waarbij ik eveneens aanwezig zal zijn. Net als bij Wolves In The Throne Room eerder, vergroot de massale sound in de West Hall de intensiteit van de slowcore van Codeine. Minder intiem als later in Vera, maar des te meer overdonderend. En het contrast met de zeer zachte vocalen wordt hierdoor alleen maar groter en werkt bijna hypnotiserend. Een geslaagde en overtuigende terugkeer derhalve.

Mudhoney wist me bij de laatste keer dat ik ze in Vera zag niet te overtuigen, maar hier gaat het behoorlijk tekeer. Hoewel het veelal nummers van latere platen betreft, weet de band met het geluid en de energie van de eerste platen door de set te razen. Daarna is het verder genieten bij The Dirty Three, een Australische band met een bezetting van viool, gitaar en drums. De virtuoze en veelal instrumentale nummers vliegen alle kanten op; folk, rock, klassieke en keltische klanken worden op energieke wijze verenigd in een geheel eigen stijl. In violist Warren Ellis huist een ware caberatier, als hij tussen de nummers door het publiek vermaakt. Heel verrassend neemt hij af en toe plaats achter een piano en gaat zelfs zingen, zonder de rauwe sfeer van The Dirty Three te doorbreken. Een memorabel concert.

Memorabel is ook afsluiter Mogwai, tevens verantwoordelijk voor de programmering van deze dag. Mogwai trekt in anderhalf uur alle registers open en imponeert met een veelheid aan klanken binnen het eigen Mogwai universum. Op organische wijze worden instrumentale muren van geluid, breekbare liedjes en gebruik van elektronica of zelfs een viool binnen het eigen concept van stiltes en uitbarstingen afgewisseld.

 

Tijdens dag drie is het publiek nog iets 'netter' geworden. Keurig frisse shirts en overhemden lopen nu mee naar boven in de nog steeds brandende zon. Het programma telt ook meer elektronische acts en in de West Hall struikel ik bijna over de mensen, die op de grond liggen tijdens de ambient set van Demdike Stare met enorme videobeelden op de achtergrond. Dat helpt niet om wakker te worden. Dat lukt pas bij Thee O Sees uit San Francisco. Er staat een uiterst vreemde mix van muzikanten op het podium. Een zanger/gitarist, die er in korte broek uit ziet als een schooljongen, een sixties meisje op keyboards, een droogkomische drummer met Simpsons-shirt en een lange magere skinhead vol tattoos op de bas. Samen maken ze een springerige, psychedelische vorm van garagerock met - vooral door de zang - invloeden van iets als Devo of The B52's. Verrassing van het festival.

Siskiyou uit Canada staat in de Panorama Room, een kleinere zaal opgebouwd in een voormalig plein aan de zijkant van Alexandra Palace. De alt-folk liedjes van de band met een ex-Great Lake Swimmers in de gelederen zijn sfeervol, maar de ambiance van het felle licht van de zon door het partytent-achtige dak van de zaal maakt ongedurig, dus terug naar de donkere West Hall, waar de melodieuze underground rock van The Archers Of Loaf me evenmin weet te bereiken. Heel aardige songs, maar toch net niet bijzonder genoeg.

Terug in de Panorama Room baalt Sleepy Sun-zanger Bret Constantino er zichtbaar van, dat zijn band in deze kleine helverlichte ruimte staat en niet op het grote podium in de West Hall in plaats van Yuck. De band speelt een groot aantal nummers van de laatste plaat 'Spine Hits', waarop zangeres Rachel Fannan, inmiddels uit de band, al niet meer mee doet. Toegegeven, er staan een aantal erg mooie nummers op deze plaat en ook is de psychedelische rock van Sleepy Sun live nog zeer de moeite waard, maar de magie van de samenzang tussen Fannan en Constantino is helaas verdwenen en dat is toch een groot gemis.

Terug naar de West Hall waar The Make-Up op het podium staat. Een band, die me eigenlijk nooit heeft weten te overtuigen en ik hoor ook meteen waarom. The Make-Up maakt haar nummers niet af. Een repetitief begin, dat zich vervolgens herhaalt en verder nergens heen gaat, dat gaat nooit boeien. Daar helpen geen soul-invloeden meer aan. De hyperactieve 'preacher'-act van frontman Ian Svenonius werkt dan eigenlijk alleen nog maar irritant.

Nog meer soul-invloeden zijn er te vinden in de grunge van headliner Afghan Whigs. Ik ben indertijd sinds de plaat 'Gentlemen' afgehaakt, waarop ik de zang van Greg Dulli al teveel aan de pathetische kant vind. Tijdens dit reünie-concert wordt de band bijgestaan door een extra gitarist en iemand, die afwisselend op piano/keyboards en cello speelt. En ondanks de echt wel goede songs van The Afghan Whigs kan ik weinig met de geboden stadionkitsch en het aanstellerige 'baby baby', dat Dulli te pas en te onpas in de songs stopt. Als hij zelf achter de piano plaats neemt is, anders als eerder bij The Dirty Three, het kitsch-gehalte inmiddels niet meer te harden. Ik ben echter een van de weinigen. Het publiek zingt uit volle borst mee en de aanstekers gaan de lucht in. Kennelijk zijn er veel fans voor The Afghan Whigs in Londen.

Ik zelf zie liever de man, die twee meter verderop naast me in het publiek staat, op het podium. Ook underground rock met soul-invloeden, maar dan geheel anders. Het is namelijk Mick Collins, ooit in The Gories, nu in The Dirtbombs. Ik spreek hem even aan en vertel hem, dat het concert van The Gories van 20 jaar geleden in Vera nog steeds als magisch in mijn geheugen staat gegrift. “Vera? Tell Peter The Dirtbombs are touring again next year!”. “I will, have good night!”.

 

Dikkie.