Igor schrijft: Raymond Pettibon

Igor schrijft: Raymond Pettibon
Date: donderdag, 5 oktober, 2017 - 12:26 | Category: Igor schrijft | Scribent: Igor

Je hebt nog tot eind deze maand om naar de tentoonstelling A Pen of All Work van Raymond Pettibon in het Bonnefantenmuseum te gaan. Het is wel een paar uur reizen naar Maastricht, maar het loont de moeite.

Raymond wie?

Petit Bon is de koosnaam die zijn vader hem gaf. Hij werd in 1957 geboren als Raymond Ginn en is een jongere broer van Greg, die misschien al een belletje doet rinkelen. Greg was met zijn band Black Flag en platenlabel SST vanaf eindjaren zeventig een sleutelfiguur in de Amerikaanse undergroundscene. Raymond speelde zelf ook nog even bas in Panic, de band waar Black Flag uit voortkwam, maar maakte al snel naam als ontwerper van platenhoezen, flyers, posters en T-shirts van SST-bands.

Pettibon wordt zelden genoemd als inspiratiebron (in tegenstelling tot een Robert Crumb), maar als je bijvoorbeeld de strips bekijkt die her en der in ons mooie oude pand worden vertoond of wat oude Verakranten doorbladert, dan is zijn invloed alleen al binnen Vera onmiskenbaar.

Het SST-kantoor in LA waar hij die eerste jaren als een bezetene zat te tekenen bevond zich in een soort oorlogsgebied, is te lezen in het geweldige boek Our Band Could Be Your Life (Scenes from the American Indie Underground 1981-1991).

Pettibon was ‘part of the band’, bedacht niet alleen de naam maar ook het iconische logo van Black Flag: vier verticale dikke zwarte strepen die een vlag voorstellen. Een soort piratenvlag, tevens symbool van de anarchie en in elk geval het tegenovergestelde van de witte vlag. Dat Black Flag ook een populaire insecticide was, vond ook niemand vervelend.

Overigens stopte Pettibon in 1985 abrupt met zijn werk voor SST toen broer Greg ongevraagd een tekening gebruikte en liet bewerken voor een lp. Naar verluidt heeft hij daarna nooit meer een woord met zijn broer gewisseld.

Tegenwoordig is Pettibon een gerespecteerd kunstenaar die over de gehele wereld exposeert en vele prijzen heeft gewonnen. Het was echter vooral vanwege zijn punk-achtergrond, cultheldenstatus en omdat ik mijn taak als Vera-scribent niet licht opvat dat ik deze zomer de trein naar Maastricht pakte.

Pettibons vroege werk komt in de eerste zalen van deze zeer omvangrijke tentoonstelling (ruim 700 werken) aan bod. Wat meteen opvalt is zijn expressieve bijna vettige stijl. Mogelijk was dat ook uit nood geboren, omdat het voornamelijk zwart-wit en klein werd afgedrukt. Wil je met een zwart-witposter op A4-formaat opvallen dan moet je wel met iets in het oog springends voor de dag komen. Daar wist Pettibon wel raad mee (zie foto).

Wat ook frappeert is zijn ongekende werkdrift. In de eerste zaal liggen in vitrines talloze fanzines (met veel strips en ook interviews) die Pettibon in zijn eentje maakte, kopieerde en verkocht voor  $1,25. Beeld en woord zijn bij hem altijd hand in hand gegaan.

Ik kreeg zin om even zo’n fanzine door te bladeren (kon helaas niet, moet je nu een kapitaal voor betalen) en verlangde ook opeens weer terug naar de Verakrant.

Een vrolijk wereldbeeld heeft Pettibon er nooit op na gehouden. Dat begint al bij zijn strips vol geweld, drugs en mislukte seks. Daarna wordt je geconfronteerd met zijn fascinatie voor seriemoordenaar en sekteleider Charles Manson, gevolgd door een hele serie tekeningen over hippies die onder invloed van LSD hun dood tegemoet springen, begeleid door luchtige teksten.

Zijn onderwerpen zijn hartstikke Amerikaans (honkbal, Walt Disney, presidenten, golfsurfers, de Bijbel), maar altijd wringt en schuurt het of slaat Pettibon je gewoon keihard in je gezicht of stompt je in je maag. Of hij pijnigt je hersens met kritische en soms nauwelijks leesbare teksten die het doek tot het laatste lege plekje vullen.

Hij mag inmiddels worden omarmd door bemiddelde kunstverzamelaars en -minnaars (m/v) met een neusje in de lucht en een witte wijn in de hand, maar zijn agressieve ‘stem’ van de tegencultuur heeft hij altijd behouden.

Na dat bombardement aan informatie verlang je naar de enorme doeken van de woeste zee waarin een nietige golfsurfer figureert. En een wrang zinnetje ervoor zorgt dat je nooit onbekommerd van die natuurpracht kunt genieten.

Ik moest de hele tentoonstelling noodgedwongen in één middag bekijken, maar eigenlijk is dat niet te doen. Dus ik raad je aan er minstens een hele dag voor uit te trekken.

Gaandeweg komt er meer kleur in zijn werk, maar licht wordt het zelden. Het zou wel tof zijn als de tentoonstelling was ‘verluchtigd’ met muziek van SST-bands, bedacht ik me. Maar dat is gezien de decennialange radiostilte tussen de broers Ginn geen optie.

Er worden nog wel wat voor mij volstrekt onbegrijpelijke korte films van Pettibon vertoond waarin we onder andere Kim Gordon (van Sonic Youth) zien acteren, maar het is duidelijk dat hij zijn status en roem niet met zijn video’s heeft vergaard.

Dat Raymond Pettibon een van de meest invloedrijke en visionaire kunstenaars van deze tijd wordt genoemd wil ik graag onderschrijven.

Igor