ElmerNL
Kaat van StralenBEL
Grofgebekte bonte hiphop
Alleen al voor het voorprogramma Kaat van Stralen zou ik een kaartje kopen.
Overbodig dus te zeggen dat je beter op tijd komt.
Maar niet schrikken als deze charmante Vlaamse met haar strakke genre-overstijgende punkband je meteen omver blaast.
De ster van Kaat & band staat pas sinds dit jaar na de overrompelende debuutsingle Stop Met Wenen aan het firmament, maar straalt ongemeen fel en rijst als een malle.
Op elk festival waar Kaat van Stralen afgelopen zomer speelde behoorde deze band tot de hoogtepunten: van Grasnapolsky, via Best Kept Secret en Pukkelpop tot Into the Great Wide Open.
Ik was er als reporter van 3voor12 bij op Gras en werd op slag fan. “De band maakt maximale indruk met een onweerstaanbare combinatie van loeiharde en -strakke gitaarherrie, felle teksten die de kleine frontvrouw kraakhelder en met oerkracht zingt - met zachte Vlaamse tongval.”
Ook graag extra aandacht voor de overige bandleden van wie ik inmiddels ook de namen weet: Melvin Slabbinck (drums), Anton Robberechts (gitaar) en Faust De Vogelaere (bas).
En dan moet Elmer nog beginnen.
Eerlijk gezegd was het dus Kaat van Stralen die mij in de wereld van Elmer loodste en daar ben ik dankbaar voor.
Elmer was natuurlijk wel 'ns voorbijgekomen in mijn links georiënteerde bubbel, maar ik had haar genegeerd. Het kwam me iets te bedacht en gekunsteld over, het surfen op de gender-golf, optreden met snor en in pak.
Kijk haar staan op de hoes van haar debuutplaat Platland (2024) in Staphorster klederdracht, maar met een ooglap á la Elle Driver uit Kill Bill of David Bowie – wat jij wil.
Zoveel vorm dat ik geen interesse had voor de inhoud. Elmer werd ook nogal gehypet en dan heb ik wel 'ns de neiging om het juist te negeren. Het zou ook kunnen dat ik sinds m’n verhuizing van Amsterdam naar het Groningse platteland wat minder vatbaar ben voor Randstedelijke fratsen.
Dat was kortzichtig, blijkt nu, want ik vind Elmer (echte naam Merel Pauw) een heuse ontdekking.
Zo zie je maar dat je je eigen vooroordelen altijd een spiegel voor moet houden, want je kunt er helemaal naast zitten.
Sorry Elmer, maar ik ga het nu goedmaken.
Hoe kon het gebeuren dat ik uiteindelijk wel voor Elmer viel?
Dat gebeurde al bij het eerste liedje dat ik draaide: Prinses Pil. Waarin ze samen met MEROL op een opzwepende dancetrack zingt en rapt over de geneugten van een pilletje:
Ik wil niet wuiven naar die mensen /Ik wil snuiven met die mensen/Naar de getver met die mensen (Prinses)
Prinses pil, ik wil pillen slikken/Hele dikke pillen slikken/Bitch, dit kutkasteel kan m'n billen likken
Pillen slikken/Papa, laat me gaan en laat me los/ Laat me los
Die teksten van Elmer zijn bepaald niet dertien-in-een-dozijn. Ze ontregelen me, op een aangename manier.
-Doen mijn wenkbrauwen fronsen (Ik neuk je vader zonder condoom).
-Krullen mijn mondhoeken omhoog (Wie maakt mij 't hele fokking leven zuur? Wie gooit er terpentine in de sloot? Bouwt z'n schutting veel te groot? Wat moet er met de buren? Alle buren moeten dood!)
-Bezorgen me een brokje in mijn keel (Op de tast (Tast)/Door het nauw (Nauw)/Want ik wil (Wil)/Wil naar jou (Jou)/Pak m'n hand (Hand)/Pak 'm vast (Vast)/Want een wereld zonder jou is te plat).
De muziek is ook veelzijdig. Ze nodigt uit om te dansen & sjansen. Maar steekt ook ingenieus in elkaar en gaat een fraai verbond aan met de lyrics (oei, dit klinkt wel heel gewichtig).
Donker clubby, electropop, happy hardcore, soms van alles in één liedje en het werkt als een tiet.
Kijk haar staan op de hoes van haar debuutplaat Platland (2024) in Staphorster klederdracht, maar met een ooglap á la Elle Driver uit Kill Bill of David Bowie – wat jij wil.
Hip, maar met een hang naar vroeger.
Elmer is niet in een hokje te plaatsen (check haar single Ik Weiger) en lijkt een vat vol tegenstrijdigheden.
Maar dat geldt onderhand voor praktisch elke Nederlander/westerse mens.
Die houdt ze graag een spiegel voor, soms een lachspiegel. ‘Ik vind het heel leuk om tegen dingen aan te trappen,’ zei ze in de Volkskrant. ‘Soms schiet ik daar een beetje in door.’ Op zich niks mis mee, vindt ze, als je het maar wel combineert met introspectie. ‘Als je zo veel vindt van de mensen om je heen, moet je ook de lelijke kanten van jezelf laten zien.’
Elmer is maatschappijkritisch en provocerend, maar ook gevoelig en uit dat op een hoogst originele en geestige manier:
Ik wil beffen erkend als officiële sport/Ik wil dat iedereen weer een beetje aardig wordt/Ik wil terug naar hoe het vroeger was.
Dorpsfeest is echt een haat/liefdeslied, waarin ze eerst de kneuterigheid van een dorpsfeest omschrijft: ‘Uitzinnigheid staat ingepland, op vaste dagen in het jaar’.
Maar ze eindigt Wim Sonneveldiaans: ‘De weg, de eik, het hek, de brug, ik wil, ernaar terug’.
-Igor