Richmond Fontaine timmert toch al dik twintig jaar aan de weg. Weliswaar doet de alt. countryband uit Portland, Oregon dat niet met luidruchtige heimachines maar met van die rubberen hamers. De band maakt geen wereldschokkende muziek, maar het is wel van een constant hoog niveau en voor de liefhebbers van tijdloze, verhalende liedjes over de zelfkant niet te versmaden.

Toch wel opmerkelijk dus dat de band hier pas in 2011 voor het eerst speelde. En nu opgelet want zondagavond de 23ste wordt al de laatste keer. Na elf albums houdt Richmond Fontaine ermee op. Of eigenlijk is het Willy Vlautin, de drijvende kracht en songwriter, die de stekker eruit trekt.

Niet omdat hij op zijn lauweren wil gaan rusten of een writersblock heeft. Integendeel. En de laatste plaat You Can’t Go Back If There’s Noting To Go Back To behoort zelfs tot het beste dat Richmond Fontaine’s heeft gemaakt.

Maar Vlautin moet nu eenmaal kiezen. Toen Richmond Fontaine na de emigratie van mede-oprichter Dave Harding een paar jaar geleden op een dood spoor leek te zijn beland, richtte hij een andere band op: The Delines. Die bracht in 2014 het prachtige album Colfax uit en maakte dat jaar ook veel indruk in Vera. En dan vooral zangeres Amy Boone. Vlautin staat z’n mannetje achter de microfoon, maar met Boone heeft hij een geweldige vertolker van zijn liedjes gevonden.

Het is echter vooral Valutins carrière als romanschrijver die een hoge vlucht heeft genomen en steeds meer tijd en energie opeist. En dat is begrijpelijk, de man is een zeer begenadigde schrijver. Ik ben in elk geval groot liefhebber en heb er de laatste jaren de gewoonte van gemaakt om, wanneer hij in Groningen optreedt, een boek te kopen. Met veel empathie beschrijft hij de hardwerkende en/of ploeterende havenots aan de onderkant van de samenleving.

Maar genoeg over zijn boeken. Vlautin maakt ook prachtige liedjes die duidelijk uit de koker van een verhalenverteller pur sang komen.

De afscheidsplaat You Can’t Go Back If There’s Noting To Go Back To staat weer vol liedjes die met zo’n feilloos oog voor details zijn geschreven dat ze  geen videoclip nodig hebben. Sluit je ogen en je ziet de onverharde weg waar een dolende ziel over rijdt, het groezelige verlaten motel waar hij incheckt en alleen op een kamer zit (torn up inside). Het is weemoed met een grote double you. En anders wrijft de jammerende pedalsteel dat er nog wel even extra in.

Gezongen met Vlautins hese stem, die doet denken aan Steve Earle of aan Jeff Tweedy van Wilco. Sommige liedjes zouden zelfs bijna van Wilco kunnen zijn. Maar waar die laatste band alle uithoeken van het muzikale spectrum verkent, bewandelt Richmond Fontaine voornamelijk de bekende paden.

De muziek heeft een dienende rol bij de verhalen van Vlautin. Het is welhaast storytelling op muziek. Muzikaal is het misschien niet altijd spannend. Maar het is wel met heel veel gevoel gemaakt en de teksten komen daardoor aan als mokerslagen (en dan heb ik het niet over rubberen hamers).

En verder kun je alleen maar vaststellen dat Richmond Fontaine de afgelopen twee decennia simpelweg een prachtige discografie heeft opgebouwd. Waarin voor de nieuwe luisteraar nog veel moois valt te ontdekken. Want bij die laatste plaat kun je weliswaar heerlijk heupwiegend wegdromen, maar de band heeft ook heel wat rocknummers op het repertoire. Dus schrik niet als deze avond het distortionpedaal flink wordt ingetrapt. Live schijnt de band behoorlijk los te kunnen gaan. Reken maar dat ze met een daverend slotakkoord willen eindigen, zeker in dat fijne Gronings rockhol.

Igor