Ik ging naar Tramhaus en…

Stel je even voor: er heerst een pandemie, de wereld is aan banden gelegd en omdat er verder toch geen ruk te doen is, besluit je met wat vrienden uit verschillende bands af te spreken om samen muziek te gaan maken. Je komt voor het eerst samen, zonder al te veel verwachtingen, want het groepje bestaat uit een zanger en gitariste die eigenlijk drummers zijn en een bassiste die nog nooit bas heeft gespeeld.

Maar dan gebeurt er iets bijzonders in die oefenruimte, noem het gerust magie. Een oerdrift en lockdownfrustratie die bij de vijf jonge muzikanten naar boven komt en in zijn meest elementaire vorm wordt verklankt. De beperkingen van sommige muzikanten lijken hierbij ook eerder een voordeel. Het is rauw en puur, zonder tierelantijnen. En gaat recht op z’n doel af. Rotterdams direct.

Ook geen oeverloze jams die nergens heen leiden. Tijdens deze allereerste repetitie maakt de band twee liedjes die nu in zalen in heel Europa en ver daarbuiten euforisch worden onthaald door kolkende en pogoënde menigtes.

Ik geef het toe, het is een nogal clichématige opening van een muziekfilm. Ware het niet dat dit waargebeurd is: het was november 2020, dat bij elkaar geraapte zootje kennen we nu als de Rotterdamse band Tramhaus en die liedjes als Karen is a Punk en Night Shift.

Als je op deze manier als band begint dan is alles mogelijk.

En het lijkt inderdaad wel of alles wat Tramhaus sindsdien aanraakt in goud verandert, of beter: in een zwetende en zinderende moshpit. Waar je deel van wilt uitmaken.

Ik schrijf dit -met de kennis van nu- wel heel (street)wijs op, maar ik was er echt niet zo snel bij qua Tramhaus. Zoals bijvoorbeeld de onvolprezen programmeurs van onze kelderbar. Die boekten de band al toen die alleen nog in Rotjeknor en omstreken optrad. Dat optreden in oktober 2021 heb ik dus gemist. Net als die avond in februari 2022 toen Tramhaus al op het hoofdpodium van Vera stond, in het voorprogramma van Pip Blom.

Ach ja, je mist wel eens wat als je dichter bij Wad woont dan Stad.

Toen ik weer eens bij Elpee was en aan Jan G. vroeg welke muziek hij me aanraadde, zette hij de ep van Tramhaus op. “Dit is alweer het laatste exemplaar en ik weet niet of ik nog nieuwe binnenkrijg.”

De lome baslijn van Make it Happen wandelde de platenzaak binnen, gevolgd door een kale drum en desolaat gitaarloopje. Toen de eerste eruptie van het refrein klonk begon de Last Jan Standing te gloeien van opwinding. Op het podium is de band echt een sensatie, wist Jan. De veteraan had ze zelf ook nog niet live gezien, maar afgaande op zijn zeer betrouwbare bronnen wist Jan genoeg. Gedecideerd en kalm vertelde hij dat Tramhaus Europa gingen veroveren. Concertzaal na concertzaal.

Thuisgekomen landde de naald van mijn oude platenspeler op de zwarte plak vinyl genaamd Rotterdam en werd ik meteen betoverd.

Door liedjes die op het eerste gehoor soms niet eens zo bijzonder of wereldschokkend leken. Maar ze raakten wel meteen een snaar en kropen onder mijn huid. Vier liedjes die me een wereld inzogen. Dat luisteren ging gepaard met een onbedwingbare drift: ik móét deze band live meemaken.

Eurosonic 2023 dan maar? Tramhaus werd aangekondigd als een van de must sees. Het mocht de donderdagavond in VERA afsluiten. Maar het lukte me niet om erbij te zijn.

Misschien had ik ook gewoon niet zo’n zin om in mijn geliefde club te worden omringd door netwerkende professionals en muzikale dagjesmensen. Ik wilde Tramhaus beleven en ondergaan met ons soort mensen. Met liefhebbers die de liedjes herkennen en de energie van de band weer teruggeven, waardoor er een bijna orgastische symbiose ontstaat.

Dus toen het festival Loose Ends nieuw leven werd ingeblazen en Tramhaus als afsluiter aankondigde, kocht ik meteen een kaartje – zonder naar de rest van het programma te kijken.

Zonder de andere bands tekort te willen doen (zo werd ik zeer aangenaam verrast door Library Card), kom ik vooral voor één band en gebeurt inderdaad dat wat ik al had verwacht: ik raak in de ban van Tramhaus. Het is wat lastig om de vinger erop te krijgen wat er gebeurt zodra dit vijftal begint te spelen.

Kijk anders even naar deze show in Parijs (1072) TRAMHAUS live,Paris, 18/03/2023. - YouTube om te zien hoe de band de energie opbouwt, met het publiek deelt en het gaandeweg verandert in een zinderende zaal. Aangevoerd en aangevuurd door de band die met zoveel plezier staat te spelen - enorm aanstekelijk. Tramhaus speelt met een losheid en een ernst.

De samenstelling klopt, dat zie je meteen. De onderlinge chemie tussen de drie mannen en twee vrouwen is warm en oprecht. Samen zijn ze veel meer dan los van elkaar, ze versterken elkaar. Als de zanger de aandacht op zich vestigt is dat geen egotripperij, maar om het publiek en de band losser te maken – of juist strakker.

Die slungelige zanger Lukas, toch wel de eyecatcher van de band. Die niet echt sensueel oogt met z’n snor en mat, maar wel zo durft te dansen. Als hij even voor de gitariste Nadya staat te heupwiegen en zij teruglacht dan weet je dat het goed zit. Je ziet hoe tof ze het vinden om deze liedjes live samen te spelen.

De band neemt ook de tijd om een lied op te bouwen en te spelen zoals in Seduction, Destruction. In Minus Twenty blijkt de band ook nog over een ijzingwekkende gil te beschikken – komend uit de keel van die lieftallige bassiste Julia.

Elk nummer onderscheidt zich van het andere en toch zijn ze stuk voor stuk onmiskenbaar van Tramhaus. De intensiteit neemt toe, ook in het publiek dat steeds warmer en fysieker wordt. Iemand dreigt te vallen en klampt zich aan me vast. Ik krijg lachend een beuk van link en rechts, ik duw een grote dronken dansende kerel uit alle macht van me af zodat ik de band weer kan zien. Overal rode koppen. De geur van zweet dringt zich op.

Ik zie ook geen gekke gitaarwissels, maar gewoon een band die een heel optreden met dezelfde instrumenten speelt. Met zulke sterke songs hebben ze dat ook niet nodig. Maar misschien heb ik die gemist, want ondertussen ga ik zo op in de muziek dat ik helemaal los ga.

Ik wil de pit in om de muziek en de saamhorigheid intenser te beleven. Dus doe ik mijn rugzak af, deponeer die achter het dranghek voor het podium en stort mij in de pogoënde mêlée. Ik voel mij geen 51, maar weer die jonge grunger van weleer. Ik klim op een hek, duik op en zweef even over de jongelui die mij letterlijk op handen dragen. En ze weigeren me te laten afdalen. “Lekker bezig, ouwe!” roept iemand onder mij. Het duurt voor mijn gevoel wel een minuut. Ik kan u zeggen: het is een heerlijke ervaring. Orgastisch, zegt u? Zou best kunnen.

Als ik weer terugkeer op aarde moet ik wel even een tegenvaller verwerken: ik ben namelijk mijn bril kwijt. Mijn nieuwe vederlichte titanium bril met verdunde varifocale glazen waar nog geen krasje op zat.

Shit, ja. Ben op slag nuchter. Wordt het toch nog een duur festival.

Het is ook best lastig oriënteren met -5 en -6 merk ik.

Tijdens het laatste lied beweeg ik mij als een bezorgde shoegazer tussen het publiek, in de hoop mijn bril te vinden. Ik zie alleen maar geplette bierbekers. Mijn zoektocht na afloop is ook vergeefs. Een sympathieke Marokkaans-Nederlandse beveiliger overhandigt mij bij de uitgang het restant van mijn bril; het is alsof er een tram overheen is geraasd.

Gelukkig heb ik nog een paar lenzen in mijn auto (ja, ik weet het, bespaar me je commentaar), zodat ik toch nog veilig thuiskom. Om met Maxima te spreken: dat was een beetje dom van me.

Maar het gekke is nu: het was het me waard. Ik beschouw de geplette bril als een herinnering aan een memorabel optreden.

Mijn hart maakte daarna weer een vreugdesprong toen ik zag dat Tramhaus toch weer naar Groningen komt.

Terwijl het ondertussen -zoals Jan G. al voorspelde- de wereld stormenderhand verovert. Tussen de optredens in Hengelo en Groningen deed de band even vijf shows in Japan. En in maart vertegenwoordigen ze Nederland op SXSW in Austin.

Maar zaterdag eerst nog een keer bij ons.

De laatste keer dat ik Jan G. zag (in Vera, bij Lewsberg) verheugde hij zich al op 2 december. Ik weet niet of hij ook gaat crowdsurfen, maar ik doe voor de zekerheid deze keer mijn contactlenzen in.

Igor

Support SØWT klinkt live overweldigend als ze pieken en indringend wanneer ze dalen. De drie leadzangers Danielle, Jesse en Koen brengen allen hun unieke zangstijl naar het podium. Drummer Martijn staat onder bekenden bekend als levende legende vanwege zijn immense talent en onuitputtelijke creatieve passie. Danielle’s basgeluid is strak en hypnotiserend, terwijl Jesse en Koen zwevende gitaar melodieën verweven die nadat ze uiteengevallen zijn in distortion en feedback nog blijven hangen.