In 1993 zag ik Bettie Serveert op Pinkpop spelen. Althans, de band rockte in Landgraaf, terwijl ik in Oost-Groningen stond te pogoën, voor de TV. Pinkpop was nog (redelijk) cool en de publieke omroep zond nog muziek uit. Voor dat optreden kende ik Bettie Serveert nog niet, maar ik werd op slag fan. De gave sound in ‘Tom Boy’, de te gekke energie in een nummer als ‘Kid’s Allright’, bassist Herman Bunskoeke in een Vitesse-shirt. Alles prachtig.

Vanaf die dag bleef ik de band volgen, droomde de gitaarlijnen, kende de basloopjes uit m’n hoofd, schreef de teksten uit (ik overdrijf hier een beetje). Palomine kocht ik, Lamprey en Dust Bunnies kocht ik blind bleef ze ‘op de voet’ volgen tot en met de ‘Venus in Furs’-uitstap. Ongeveer tot het moment dat Berend Dubbe, de man achter de fantastische stuwende drums, eind jaren ’90 de band verliet. Het waarom begreep ik toen niet, maar het werd duidelijker bij het horen van ‘Private Suit’ (2000). Het leek of het vuur uit de band was. Hierdoor ging voor mij de liefde ook uit.

Na het horen van het schitterende synthpopdebuut van Dubbe, onder de naam Bauer, begreep ik ‘het waarom’ nog beter. Het debuut ‘On the Move’ (1999) was een compleet andere weg, mooie op Beach Boys en Bacharach geschoeide songs, met maffe electronische geluidjes die de plaat lucht gaven. ‘Can’t Stop Singing’ (2000) deed daar een behoorlijke schep bovenop, met schitterende, sfeervolle songs, met inspiratie uit boeken, documentaires en films, met Canada en de Verenigde Staten als decor. De toevoeging van de mooie stem van Sonja van Hamel versterkte de kracht van die plaat.

De eerste twee platen van Bauer werden uiterst goed ontvangen door de journalisten en het publiek. Rondom het Crossing Border-festival werd Bauer onderwerp in een mooie Lola da Musica over liefdesliedjes, waarin ook The Delgados en The Magnetic Fields aan het woord kwamen; in die periode stond ‘69 Love Songs’ van The Magnetic Fields hoog in de illustere Moordlijst, waar OOR en de VPRO destijds veel ruimte voor vrij maakten. Noorderslag werd aangedaan, net als SxSW in Austin, Texas. Als extra compliment kreeg de plaat ‘Can’t Stop Singing’ een Zilveren Harp, die in die dagen nog wel eens aan toffe muzikanten werd gegeven; Andre Manuel, Spinvis, De Kift.

Op ‘Baueresque’ (2004), net als het debuut bij Excelsior verschenen, deed Dubbe een stapje achteruit en speelde Van Hamel voor de luisteraar meer een hoofdrol. Op de achtergrond gebeurde er weer veel, zodat je niet uitgeluisterd raakte. Hoewel het weer een behoorlijke bak aan geluiden was, werd het wederom speels, licht en ruimtelijk gebracht. Het zat nog beter in elkaar als de eerste twee platen, maar bleef ietwat in de schaduw van ‘Can’t Stop Singing’ hangen. Ondanks de schoonheid van ‘Baueresque’, verloor ik de band uit het oog, omdat ik in die tijd drukker bezig was met de muziek die ik in VERA ontdekte - het enige wat opviel was dat er geen platen meer van Bauer verschenen.

Tot onlangs. Want in oktober verscheen ‘Eyes Fully Open’. De single ‘The Alchemist’ snelde de plaat al eventjes vooruit en voorspelde een Bauer in optima forma. ‘The Alchemist’ is een schitterend gedragen nummer met volle orkestratie – een Fremdkörper in de huidige popmuziek, eerder passend in hoogtijdagen van Scott Walker, Van Dyke Parks of Burt Bacharach of in de stijl van buitenbeentje Jens Lekman. Maar ‘The Alchemist’ is geen vreemde eend op ‘Eyes Fully Open’ – de gehele plaat heeft een eigen gezicht; Dubbe steekt z’n nek behoorlijk uit en het geluid is groot. Het is een plaat van Berend Dubbe alleen, met wat gastrollen. Een Bauer-plaat waarop de gitaar z’n debuut maakt en waarop de romantiek ruimte maakt voor serieuzere thema’s. Waarop alles met fraaie en rijke arrangementen wordt ingekleurd. Een plaat die ook live gespeeld gaat worden en Bauer gelukkig ook naar onze club brengt.

Uiteraard gaat mijn enthousiasme van ‘Bauer komt naar VERA’ gepaard met zijn verleden in Bettie Serveert en de Bauer-platen die alweer zo’n tijd geleden zijn verschenen. Maar het komt grotendeels ook door ‘Eyes Fully Open’. Op het eerste gezicht geen hapklare plaat voor het festivalpubliek dat voor de koude wintermaanden de warmte van de zalen opzoekt. Maar wel één voor de liefhebber van klasse, wat minder modegevoeligere (pop)muziek. Voor liefhebbers van lo-fi, jazz of synth- of indiepop. Alles komt bij Bauer voorbij. Er is niet voor niets tien jaar aan gewerkt en geloof de vele terecht lovende en jubelende recensies in de landelijke kranten en in de magazines. Dus stof je platen van Jens Lekman af, zet ‘Melodies’ van de Jan Hammer Group nog eens op, of iets van Brian Wilson of The Beatles, wat je wilt. Maar vergeet niet naar VERA te komen, want Bauer is geweldig!

niek


In de pers:
De Volkskrant
Bauer - Eyes Fully Open
"Na tien jaar een nieuwe plaat van Bauer. Dat is goed nieuws, want Berend Dubbe maakt onder deze naam nog altijd muziek waaraan weinigen zich wagen." ->>Volledige recensie