Goed. Harde gitaren, beukende drums en brullende zanger. Daar kun je allerlei termen als punk, hardcore en noise op loslaten om het een beetje van context te voorzien. De gemene deler is dat herrie vooral heel hard is. Nu kan praktisch iedereen een gitaar om zijn nek hangen en de longen uit zijn of haar lijf schreeuwen, maar de kunst is natuurlijk om het goed te doen. Alle energie, agressie en drive wil je in goede, kloppende nummers proppen. Dat is een heel stuk minder eenvoudig. Het Canadese METZ is er enorm goed in. Dat lieten ze al eens eerder zien in onze grote zaal en gelukkig komen ze terug om nog eens dunnetjes over te doen.

De drie Canadezen debuteren in 2012 met een titelloos album. Ze zitten een beetje in hetzelfde vaarwater als bands als Japandroids of The Men; allemaal halen ze de indierock van de jaren '80 en '90 door de mangel en geven er een furieuze draai aan. METZ doet dat het hardst van allemaal. Het schurende, overstuurde gitaarwerk en de beukende drums doen denken aan bands als Shellac en The Jesus Lizard. Opgenaaide, noisey hardcore, met het schuim op de lippen. Vast niet geheel toevallig komt de plaat uit op Sub Pop, het label dat groot werd met juist de bands waar METZ zich door laat inspireren. Vorig jaar komt hun tweede plaat, II (voor creatieve albumtitels hoef je niet bij ze aan te kloppen). In de drie tussenliggende jaren is er niet veel veranderd. Goed, je hoort wat toetsen en wat tapeloops als extra, maar de basis is het zelfde. Venijnige noisey hardcore. Muziek als een sloopkogel.

Wat deze herrie dan zo enorm goed maakt? Dat zit niet eens zover onder al die razende gitaren, donderdrums en brulzang verstopt. METZ schrijft simpelweg heel goede, intelligente nummers. Het barst van de dynamiek en variatie. Vanuit neurotisch gehakketak wordt opeens een groove gevonden en wordt je kort daarna overvallen door een supermelodieus refreintje dat je uit volle borst mee staat te brullen. Vaak in één liedje. METZ maakt herrie zonder ooit het popliedje uit het oog te verliezen. Dat maakt ze tot zo'n geweldige, meeslepende band. En live is altijd leuker dan op plaat. Dat weet je.

Als opener krijg je Solids, een duo uit Montreal dat zo'n beetje in hetzelfde hoekje opereert, al is het wat minder explosief. Ook hier zijn de jaren '90 volop levend, met gruizig gitaarspel en quasi-verveelde zang. Nirvana, Dinosaur Jr. en Sonic Youth hoor je vooral terug in de lekker lang uitgesponnen nummers. Dat zijn misschien geijkte inspiratiebronnen, maar het gaat erom wat je ermee doet. En Solids geeft er een fijne, energieke draai aan. Kom dus niet alleen voor METZ. Kom op tijd en pik ook Solids mee.

Bart