Parquet Courts + PillUSA
In de 46-jarige historie van Pinkpop is Parquet Courts misschien wel de meest misplaatste band die er ooit speelde. Juni jongstleden speelde het ontregelende kwartet uit New York er in een halflege tent die steeds leger werd. Het deerde Andrew Savage en z’n bandmaten niet, maar ze zullen zich zaterdag de 14e oktober waarschijnlijk beter op hun gemak voelen in het warme bad dat Vera heet.
Vanaf het prille begin werd Parquet Courts hier hartstochtelijk omarmd - getuige ook het winnen van de poll van 2013. Deze eretitel paste goed in het toch al memorabele jaar na het uitkomen van de debuutplaat Light Up Gold + Tally All The Things That You Broke.
Met daarop ook de song No Ideas – als Parquet Courts èrgens geen gebrek aan heeft dan zijn het ideeën.
Nog geen jaar later verscheen de uitstekende opvolger Sunbathing Animal. Het bijbehorende optreden was iets minder overdonderend, maar dat overkomt de meeste pollwinnaars.
In 2015 werd Parquet Courts nauwelijks uitgenodigd om te komen spelen nadat ze een plaat hadden uitgebracht –het ontoegankelijke Monastic Living- die vooral de wenkbrauwen deed fronsen. Bakken repetitieve herrie waarbij nauwelijks wordt gezongen en waarin soms The Ex door klinkt.
Je zou het commerciële zelfmoord kunnen noemen. Maar de vier eigenwijzerikken –oorspronkelijk uit Denton, Texas - doen nu eenmaal wat ze willen. Ook al is het hun enige broodwinning. Of zoals ze zelf zeiden tegen 3voor12: “altijd vernieuwen, nooit in herhaling vallen. Dat is de enige regel.”
Een van de weinige constanten zou je de valse of quasiluie zang van Savage kunnen noemen. Met zijn vocale bijdrage aan Keep it even (op de laatste plaat) zou hij al in de voorronde van elke zangtalentenjacht zijn weggehoond – ongeacht het aantal deelnemers.
Aangenaam is anders, maar ik kan ernaar blijven luisteren. Parquet Courts doet wel meer dingen die eigenlijk niet door de beugel kunnen. Zoals een minutenlange mondharmonica-solo in She’s Rolling (op Sunbathing Animal) waarvoor Toots Thielemans zich eerst een paar keer geïrriteerd zou omdraaien in z’n pas gedolven graf. Maar na een paar minuten toch moeten concluderen dat het klopt en tenslotte weer vredig kunnen rusten tot in de eeuwigheid.
Sinds het debuut in 2013 heeft de band al vijf albums uitgebracht. En die hebben allen hun eigen kwaliteiten, maar de laatste plaat Human Performance (2016) zal over tig jaar en tientallen PC-albums waarschijnlijk net iets vaker op de favorietenlijstjes komen. Human Performance staat vol vrolijke, mellow getoonzette liedjes. Zeker ook catchy, maar niet in de zin dat je als vanzelf naar de dansvloer stuitert. Meer zo catchy als van die kleefbolletjes die aan je kleren blijven zitten na een verkwikkende wandeling door stad en groen. Op paden waar je misschien wel ‘ns eerder bent geweest, maar die je toch weer met frisse blik naar de wereld doen kijken.
Op Human Performance zit barstenvol ideeën staan veel korte en krachtige liedjes, maar ook een uitgesponnen lied als One Man No City, waarbij het lijkt alsof de muzikanten in een steeg in New York nog een laatste wegstervende echo opvingen van een Velvet Underground-lied en daarop verder hebben geborduurd.
Afgezien van Two Dead Cops en misschien Pathos Prairie, ontbeert ook de nieuwe plaat dansvloerkrakers waarmee de eerste twee platen vol stonden, maar hebben veel liedjes wel een drive en energie die naar verluidt live heel goed uitpakt.
Het loont zeker de moeite om ook het voorprogramma mee te nemen. Pill is een viertal uit Brooklyn dat onlangs zijn debuutplaat Convenience uitbracht. En dat is bepaald geen dertien-in-een-dozijn comfortabel plaatje. Door de indringende stem (met zo’n fijn randje) en présance van zangeres/bassiste Veronica Torres en bezwerende post-punk-songs met scherpe en humoristische teksten. En dat is nog maar een deel van het verhaal: er is ook nog een glansrol voor de saxofoon en ze zijn niet vies van free jazz. Nieuwsgierig makende band.
Igor