We worden de laatste tijd in Vera maar verwend door de psyche- en garagerockscene uit Los Angeles. Na Mikal Cronin, Together Pangea en eind februari nog het overrompelende Meatbodies komen nu de jongemannen van Wand ons omver blazen.

Daar kun je vergif op innemen, zeker na het onlangs verschenen album Golem. Een onheilspellende plaat waarop Wand weer een stap verder gaat dan op debuutplaat Ganglion Reef (hier in z’n geheel te beluisteren).

Op dat eerste album –verschenen op het label van Ty Segall- horen we ook loodzware gitaren en unheimische geluiden, maar schijnt de zon nog net iets vaker. Waarschijnlijk was de invloed van Mikal Cronin nog wat groter. Frontman Cory Hanson speelt namelijk ook in de band van Cronin, die excelleert in melodieuze garagepop met z’n sprankelende 12-snarige gitaar.

Zoals Elpee’s Jan Kooi al schreef (zie: de Vijf van Elpee) zit Wand ergens tussen de oude Pink Floyd en Thee Oh Sees in. Ik zou daaraan willen toevoegen: zo klinkt Jacco Gardner als hij een keer alle remmen los zou gooien. Wand heeft geen enkele last van remmingen. ‘Whatever you’re taking’, don’t stop,’ adviseerde iemand na het beluisteren van Ganglion Reef.

Het mooie van die bovengenoemde LA-scene is dat bands als Wand (en Meatbodies) schijt hebben aan conventies. Dat ze hun garages af en toe verlaten en over de schutting van hun eigen genre kijken om te zien of er aan de andere kant nog wat lekkers te halen is. En dan doodleuk terugkomen met een paar vette metalriffs. Maar dan wel gespeeld met een popfeel en onweerstaanbare hooks. Het is soms loodzwaar wat Wand maakt, maar je kunt er ook opvallend vaak op dansen.  

Verwacht vanavond ook gitaarduels zoals we laatst bij Meatbodies zagen.

Op die tweede plaat van Wand vliegen de gitaren niet alleen gierend uit de bocht, maar knallen ze keihard tegen een muur. Of een zwartgeblakerde boom. En blijkt bij het overeind krabbelen – terwijl de elektronica piepend en gorgelend de geest geeft- dat de hele planeet is verwoest. Golem is vernoemd naar en geïnspireerd door de bijna 100 jaar oude film Der Golem, wie er in die Welt kam.

In een interview met LA Weekly zei Hanson dat het naargeestige industrieterrein in Sacramento waar binnen twee weken de plaat werd opgenomen de band ook niet onberoerd liet. Tijdens een wandeling langs de rivier kwam Hanson een junkie tegen met een heroïnespuit in haar arm en een betraand gezicht dat helemaal was opgezwollen door een wespensteek. De thema’s van dit album zijn volgens Hanson: dood, bezetting, ontkenning, Duits expressionisme en het einde van de beschaving.

De Apocalyps is op Golem nooit ver weg. Maar het wordt niet op zo’n deprimerende IS-manier gepresenteerd. Martelaarschap? M’n reet! Je proeft ondanks alle ellende een enorme levenslust. De bandleden zijn onder de puinhopen vandaan gekropen, pluggen de gitaren in en gooien er met hun laatste krachten nog alles uit wat ze in zich hebben.

Je zou het bijna als advies kunnen opvatten in deze toch niet bijster vrolijke tijden. Rijs op (uit je luie stoel), kom naar Vera, steek je vuist in de lucht en headbang de zorgen uit je kop.

En neem naast je dansschoenen en lederen spikepolsband ook je oordoppen mee. ‘We just play all the songs really loud and bring a lot of amplifiers on tour so it’s inescapably loud,’ waarschuwde Hanson in een interview.

- Igor

Lees ook: recensie op Pitchfork

De support komt uit Friesland en draagt de naam Bingo Starr. Je zeg ze nog niet al te lang geleden al tijdens de King's Garage Sale, waar ze een beukende, knallende set neer zetten. Na de psychpop van Yuko Yuko en de psychpunk van The Homesick is Bingo Starr hier, waar ze het surf genre onder handen nemen.